Technische Ondersteunde Communicatie
Inleiding
Een beperking in de
communicatie heeft directe consequenties voor het uitvoeren van tal van
handelingen in het dagelijkse leven. Onvoldoende mogelijkheden tot
communiceren leiden met name snel tot een gebrekkige maatschappelijke
participatie op allerlei terreinen, zoals arbeid, scholing,
vrijetijdsbesteding.
Om de handicap te
verminderen is het mogelijk om ondersteunende communicatie-hulpmiddelen,
die de aanwezige communicatieve vaardigheden van de gebruiker
ondersteunen of uitbreiden, op te nemen in het communicatiesysteem van
die persoon. Het communicatiehulpmiddel dient hierbij gebaseerd te zijn
op de door de communicatief gehandicapte communicatievorm(en) en
methoden. Communicatie is een interactief proces, het hulpmiddel richt
zich in feite op de communicatiepartner. Zodoende dienen ook de
vereisten van communicatiepartners en omgeving in ogenschouw te worden
genomen.
Het zou dan een groot
voordeel zijn als deze samenwerking een minimale belasting voor de
primaire gebruiker oplevert. In onderstaande figuren vindt u een model
dat communicatie zonder hulpmiddel en met hulpmiddel laat zien.

Communicatie
met hulpmiddel Communicatie zonder
hulpmiddel
Het is erg voorbarig om bij
voorbaat aan te nemen dat de aanschaf van een communicatiehulpmiddel een
snelle en volledige oplossing zal bieden voor het communicatieprobleem.
Er zijn vele factoren die van invloed zijn op de problemen rond de
communicatie en die goed geanalyseerd moeten worden voordat er een
beslissing genomen kan worden welk communicatiehulpmiddel het meest
geschikt is voor de individuele gebruiker.
Om de keuze voor een
hulpmiddel zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen dient vooraf een
`cliënt assessment' voor de gebruiker te worden opgesteld. Een dergelijk
onderzoek levert informatie op over enerzijds de cliënt (het
cliëntassessment) (de handfunctie motoriek, sensomotoriek, taalbegrip,
cognitie, sensoriek (visus, gehoor) taalproductie) en communicatief
functioneren en anderzijds de sociale omgeving (het sociale assessment).
Het is daarom belangrijk dat zowel de gebruiker zelf alsook de
direct betrokkenen rondom de zorg van de gebruiker (ouders, verzorgers,
onderwijzer, therapeuten) betrokken worden in het beslissingstraject, .
Het is uiteraard van belang dat de adviseur kennis en ervaring heeft met
het toch al grote aanbod van communicatiehulpmiddelen, zodat een
verantwoorde en weloverwogen keuze gemaakt kan worden.
Er zijn vele verschillende
middelen op de markt. En deze markt is ook voortdurend in beweging.
Iedere leverancier heeft zo zijn eigen producten en zijn eigen motivatie
om juist voor die producten te kiezen. Voor adviseurs van deze
technische ondersteunde communicatie is het dan ook lastig om een
juiste, onafhankelijke keuze te maken uit het totale aanbod in
Nederland.
In het keuzeproces zijn
vooral de communicatievormen- en methoden waarop het hulpmiddel
gebaseerd is leidend van aard. In de eerste analyse van het aanbod dient
dan ook vooral hiernaar gekeken te worden. Er ontstaan zodoende een
aantal klassen van hulpmiddelen die verderop aan bod komen, met name de
symboolgebaseerde versus de tekstgebaseerde systemen. Ook is de mate van
meeneembaarheid (lopend, op rolstoel monteerbaar of een vaste
opstelling) een belangrijk indelingskader.
naar
boven
De verschillen
Veel van de
communicatieapparaten binnen de verschillende klassen hebben sterke
overeenkomsten met elkaar en ontlopen elkaar soms niet of nauwelijks in
gebruik en functionaliteit. Toch zijn altijd wel verschillen te
beschrijven.
De volgende criteria zijn
hierbij richtinggevend:
Meeneembaarheid
Dit is zowel van belang voor de gebruiker als de
therapeut/begeleider. Te denken valt aan:
- plaatsing van het apparaat op tafel of rolstoel
- gewicht i.v.m. meeneembaarheid
Gebruiksgemak
- tevoren ingeladen lexicons
- vereiste technische kennis van het apparaat of communicatiepakket
- eenvoud van invoeren van boodschappen
Bedieningsmogelijkheden
Hiermee worden de manieren aangeduid waarmee de gebruiker het
apparaat kan bedienen. We hebben het hier over 3 manieren:
- directe selectie: indrukken van een knop of aanraken van de voorkant
van het hulpmiddel met een willekeurig deel van het lichaam (hand,
vinger, teen, elleboog e.d.) wat resulteert in een directe
geselecteerde
boodschap, of direct activeren van een toets met een hulpmiddel zoals
een headpointer of mondmuis.
- indirecte selectie: additionele invoerapparatuur is noodzakelijk om
het hulpmiddel te kunnen bedienen. (joystick, losse
knoppen, scanning).
- codering: combineren van toetsen lijkt tot een langere, unieke
boodschap. Een welbekend voorbeeld hiervan is Morse. Momenteel wordt
deze techniek in Nederland nauwelijks meer toegepast.
Selectiemethode(n).
Een apparaat maakt gebruik van directe selectie, indirecte selectie
(scanning) of codering. Vaak zijn meerdere selectiemethoden instelbaar;
tevens is de reactietijd van de sectie en de scanmethode in veel
gevallen instelbaar.
Robuustheid/storingsgevoeligheid
- robuustheid: in veel gevallen wordt een communicatiehulpmiddel
ingezet bij mensen die tevens een motorische beperking hebben. Ongewild
en onbedoeld hebben de apparaten daardoor vaak veel te lijden. Ook
hebben jongeren natuurlijk hun eigen, speelse manier van omgaan met
apparatuur. Hiermee dient tijdens de keuze van het apparaat dan ook
rekening gehouden te worden.
- Storingsgevoeligheid: vooral de dynamische systemen met
multifunctionele mogelijkheden kunnen nogal eens storingsgevoelig zijn.
Wanneer bijvoorbeeld ook de mail- en internetfunctie gebruikt wordt, kan
dat gevolgen hebben voor het crashen van het systeem.
Kwaliteit van de spraak
- Maakt het apparaat gebruik van digitale of synthetische
spraakuitvoer?
Digitale spraakuitvoer
Bij gedigitaliseerde spraak worden de woorden door iemand anders
ingesproken en opgeslagen. Hierdoor blijft de communicatie beperkt tot
datgene wat is opgeslagen. Het voordeel is, dat een enkele toetsaanslag
leidt tot een lange, goed verstaanbare boodschap. Vrije communicatie is
evenwel niet mogelijk. Om actueel te blijven moet het vocabulaire
regelmatig aangepast worden.
Synthetische spraakuitvoer
Het andere systeem is de synthetische spraakuitvoer, waarbij de computer
getypte tekst omzet in spraak (een tekst-naar-spraak systeem). Voordeel
hiervan is dat als de gebruiker kan typen, hij iedere willekeurige tekst
zelf kan samenstellen. Een goed taalniveau is hiervoor natuurlijk wel
vereist. Voor sommige mensen is de computerstem wat moeilijker te
verstaan.
- Indien beide, kunnen ze ook tegelijkertijd binnen één applicatie
gebruikt worden?
- Hoe is de verstaanbaarheid van de stem?
- Welke spraaksynthesizer wordt gebruikt?
Extra mogelijkheden
Onderscheid binnen een groep van communicatiemiddelen is ook
afhankelijk van de extra mogelijkheden die het apparaat of de software
bieden. Te denken valt aan:
- e-mail / smsfunctie
- woordpredictie
- infrarood omgevingsbediening
- aansluitbaar op de pc als vervangend toetsenbord en/of muis
- het aantal in te spreken boodschappen
- tijdsduur van de opnamen bij ingesproken boodschappen
- aantal te gebruiken pagina’s bij dynamische systemen
- welke plaatjesbibliotheken zijn beschikbaar (standaard of optioneel)
- mogelijkheid om eigen foto’s of anderszins te gebruiken
- maken van de communicatiekaart: op apparaat zelf of via een pc.
Technische informatie
Belangrijke verschillen in prijzen, in het bijzonder bij de
dynamische systemen, hebben vaak betrekking op de techniek die erin is
verwerkt. Dit kan onder andere gevolgen hebben voor de
storingsgevoeligheid. Vergeleken wordt:
- processor + intern geheugen
- opslagcapaciteit van spraak
- duur (capaciteit) van de batterij
- gewicht
- behuizing
- poorten voor devices
Training en service
Een van de belangrijkste criteria om een apparaat te kiezen is in
onze optiek de mate van training, support en service die gegeven wordt
nadat het apparaat is aangeschaft. Het echte werk begint immers pas
nadat de gebruiker het apparaat voor de eerste keer gaat gebruiken!
Gekeken wordt naar:
- Training van de gebruiker en zijn directe omgeving
- Ondersteuning bij vragen of problemen
- aanwezigheid van Nederlandstalige ‘firmware’ en handleiding
naar
boven
Onderverdeling en types communicatiehulpmiddelen
Beschrijving van de
verschillende niveau’s en types van communicatie (met tussen haakjes
enkele voorbeelden)
a) Beginnende communicatie
Hieronder verstaan we eenvoudige één- of meerknops apparatuur
die, na activering door de gebruiker, een of meerdere gesproken
boodschappen produceert. De apparaten zijn vooral gericht op het
aanleren van de communicatieve interactie, en maken het mogelijk om
boodschappen snel te wisselen.
·
1-op-1 boodschap: 1 losse knop met 1 variabele boodschap,
eenvoudig in te spreken (Big Mac)
·
Multi-level onder 1 knop: Op 1 schakelaar kan een
serie spraakboodschappen worden opgenomen. Bij iedere activering van de
schakelaar wordt de volgende boodschap afgespeeld en zo kan er een
eenvoudig gesprek op gang komen. (Step-by-Step
Communicator).jpg)
·
Meerdere robuuste knoppen in 1 apparaat. Iedere knop is
aparte boodschap. Ook mogelijk met scanning. (Italk 2, 4talk4, GoTalk)
b) Tekst gebaseerde
systemen en middelen
Hieronder worden aparte communicatiesystemen of softwarematige
hulpmiddelen verstaan, de laatsten te gebruiken op een standaard pc, die
door middel van tekstinvoer met een toetsenbord spraakuitvoer of tekst
in een scherm produceren.
·
Draagbaar communicatiehulpmiddel met leesscherm en
kunstmatige, door een spraaksynthesizer geproduceerde spraak.
(Lightwriter, Dubby, Mudicom, Spok21)
·
Computerprogramma’s met spraakuitvoer (Intellytalk,
Docreader, Hands Off, WinBag)
c) Minspeak
predictiesystemen (Icoon sequentie)
Minspeak gaat uit van de
Nederlandse Woordstrategie. Door steeds weer combinaties te maken van 2
of 3 toetsen op het apparaat kan men verschillende boodschappen
produceren. Men kan zodoende alle iconen op één overlay presenteren
zonder gebruik te hoeven maken van verspringende schermen. Het resultaat
is een zeer hoge communicatiesnelheid.

De meesten van ons kennen het systeem van de Alfatalker en de
Deltatalker. Beide apparaten zijn echter niet meer verkrijgbaar en
zijn/worden vervangen door de Pathfinder, het Springboard en hun
“kleinere broertje” de Chatbox (40).
d) Symbool gebaseerde
systemen
Hieronder worden apparaten verstaan waar je woorden of boodschappen
onder plaatjes kunt plaatsen die, na activering door de gebruiker, een
gesproken boodschap produceert.
Vaste layout:
Deze kenmerken zich door een vaste indeling van communicatie
symbolen. Soms kan er gewerkt worden met meerdere niveaus.
Werken met een vaste layout houdt onder andere in dat ze:
-
beperkte uitbreidingsmogelijkheden hebben
-
flexibel in bedieningsmogelijkheden: gesproken boodschappen achter een
symbool kunnen eenvoudig veranderd worden.
-
vaak één communicatie mogelijkheid of vorm toepassen.
-
vaak eenvoudig in gebruik zijn.
-
geen kwetsbaar en veel energie consumerend LCD scherm nodig hebben.
Niveaus:
- Eén boodschap achter elke knop:

(Messagemate,
Go-talk, AdVOCate, Vocaflex, Macaw, Voicepal)
- Apparaten met meerdere boodschappen
onder 1 knop (Multi-level). Achter hetzelfde symbool zitten
verschillende boodschappen. Dit vergt een grotere geheugen- en
intelligentiecapaciteit van de gebruiker, tenzij ook de overlays worden
gewisseld. Dit vermindert echter weer de zelfstandigheid in
communicatie. Een trucje is het afbeelden van het 2e niveau
in een hoek van de toetsen.
(Multi-messagemate, Vocaflex (makkelijk te
verwisselen overlays, Pocket-go-talk, Easytalk, My Voice, Mudicom)
Dynamische Layout
Producten met een dynamisch scherm kenmerken zich door
de uitgebreide mogelijkheden. Dit houdt onder anderen in dat ze:
-
alle te gebruiken symbolen op het scherm weergeven, op één of meerder
pagina’s
-
veel (meestal onbegrensde) uitbreidingsmogelijkheden hebben
-
vaak gerelateerd zijn aan of afgeleid van computersystemen en mede
daardoor flexibel in bedieningsmogelijkheden
-
in te zetten zijn voor zowel beginnende als zeer geavanceerde en
uitgebreide communicatie en dus ook met de gebruiker mee kunnen groeien.
In deze categorie vallen de
zogenaamde “dedicated devices” met een LCD scherm en de
pc-computerplatforms, waarbij de software veelal door Windows
aangestuurd wordt en het apparaat daardoor ook de mogelijkheid heeft om
als pc ingezet te worden. Niet alle leveranciers stellen deze systemen
echter zo “open” ter beschikking. Ze leggen restricties op in het
gebruik van
bijvoorbeeld andere software en/of internet. Iedere
leverancier volgt daarin zijn eigen beleid wat betreft
garantiebepalingen en service. Informeer daarom vooraf goed naar de
condities en neem het mee in je overwegingen wanneer het voor de cliënt
van belang is om deze functies tot zijn beschikking te hebben (al of
niet op één apparaat). Vaak kunnen, door vooraf goede afspraken te
maken, problemen achteraf voorkomen worden.
(Tellus, ComUnic, Dynamo, Touchy, MiniMo, Mightymo, My Voice (wordt
aangesloten op een pc), Minimerc, Toughbook, Cameleon, Say-It
SAM)
e) Pocket-pc’s
Een nieuwe aparte groep
zijn de pocket-pc’s. Ook in deze groep heb je
systemen die speciaal
ontworpen zijn voor communicatief gebruik en de standaard pocket-pc’s
waarop communicatiesoftware draait en die ook de overige mogelijkheden
van die pocket-pc kunnen gebruiken en inzetten. In Nederland is Windows
Pocket PC de standaard. Palm wordt momenteel niet geleverd, en lijkt ook
geleidelijk te verdwijnen. (Chat-pc, Imagetalk, Touchspeak/Ipaq,
Pocket Grid/Progress)
f) Telefoons met OC
functionaliteit
Een andere ontwikkeling die
zich momenteel aandient is het gebruik van mobiele telefoons met daarop
de mogelijkheid om communicatiesoftware erop te plaatsen. Op dit moment
is deze manier nog niet beschikbaar in Nederland.
naar
boven